Philip Friskorn over de ijsvogel ( alcedo atthis )
De oude Grieken kenden ‘m al, ze noemden hem het vliegend juweel en dat is ook niet zo gek: dat heeft te maken met z'n fantastische kleuren. Ze vergeleken ‘m ook wel met hemel en aarde: het blauw van boven en het roodbruin van onderen.
IJsvogels leven aan stroompjes met helder stromend water, want een ijsvogel is een oogjager en moet dus goed kunnen zien waar hij de visjes die hij wil verschalken kan vangen.
Ze doen dat vaak door op een overhangende tak boven het water te gaan zitten. Ze speuren de omgeving af en als ze een visje onderwater zien dan plonzen ze in het water en ze komen in 9 van de 10 gevallen met het visje naar boven.
IJsvogels broeden in steile wanden, vooral als een wand is ingezakt of uitgeslepen dan kunnen ze daar hun nesttunneltje ingraven. Ze leggen hun eieren aan het eind van het tunneltje en daar broeden ze hun eieren uit en brengen hun jongen groot. De ijsvogels vliegen af en aan met visjes die ze hun jongen voeren en op gegeven moment kun je zien dat de jongen groter worden want de visjes die ze aan hun jongen voeren worden ook steeds groter.
De ijsvogel is een standvogel: hij blijft zomer en winter in ons land. Ze trekken niet weg en dat kan in bepaalde periodes de ijsvogel zelfs noodlottig worden want als we een strengen winter hebben dan vriest alles dicht, en dan kunnen ze geen voedsel meer vinden en dan sterven ijsvogels vaak massaal.
IJsvogels kunnen meerdere broedsel grootbrengen per jaar.
2x of zelfs 4 x per jaar is het bekend dat ze een broedsel groot kunnen brengen.
Als je ijsvogels op een tak ziet zitten, dan ze je zo op het eerste oog geen verschil tussen het mannetje en het vrouwtje. Het verenkleed is namelijk gelijk. Maar er is wel degelijk verschil want de ondersnavel van het mannetje is heel zwart, die van het vrouwtje is voor een deel rood.
footage info: http://www.stockshot.nl
Reacties (0)